Aussi, ici, vous pouvez entendre le silence
Heide,bos en grafheuvels

De grafheuvellijn op de Veluwe.
Het landschap van de Veluwe is voor een belangrijk deel gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden. Landijs vanuit het noorden zorgde toen voor het ontstaan van enorme stuwwallen. De grootste stuwwal van Europa is de Veluwe.
De vroege bewoners van de Veluwe worden naar de vorm van het aardewerk dat zij maakten aangeduid als leden van de Trechterbekercultuur.
Rond 3000 voor Christus begon men met het maken van graven met een signaalfunctie. Dat gebeurde door heuvels op te werpen over het graf heen.
Verreweg de meeste grafheuvels liggen op de Veluwe. Binnen de Eper gemeentegrenzen ligt een unieke grafheuvellijn. De 6 km lange grafheuvellijn met zo’n 46 grafheuvels is de langste van Europa en loopt in rechte lijn van Epe naar Niersen. In totaal liggen er zo’n 150 grafheuvels in de gemeente Epe. Ze laten zien dat de gemeente Epe al zo’n 7000 jaar bewoond is geweest.

Une demi-tasse
Scierie à Saint-Melany

Saint-Mélany is een gemeente in het Franse departement Ardèche (regio Rhône-Alpes) en maakt deel uit van het arrondissement Largentière.
Het is ook een prachtig plaatsje midden in de natuur en is zeer aantrekkelijk in alle jaargetijden.
Wat mij in het bijzonder aanspreekt zijn de prachtige natuur, de absolute rust, de steeds veranderende kleuren en de nevels.
De tijd lijkt stil te staan op sommige plekken in het plaatsje. Nooit enige beweging gezien in de zagerij, maar is dat ook niet de charme van dit plaatsje? Onthaasten en tot rust komen
Olieverf op doek.
Humans at Rest
Dansende bomen – Speulderbos

Het Speulderbos
Midden in de Veluwe ligt het prachtige Speulderbos, één van de mooiste bossen van Nederland. Het is al eeuwenoud en het gebied is eigendom van Staatsbosbeheer waar de natuur haar gang mag gaan. Het natuurlijk proces krijgt hier volop de ruimte en dat is goed te zien. Het lijkt er soms op dat je in een totaal andere wereld loopt en dat met weinig telefoonbereik maakt het extra speciaal.
De dansende bomen
Waar het Speulderbos om bekend staat zijn de dansende bomen. Ze dansen natuurlijk niet letterlijk maar juist door de vele kromme en scheve bomen krijg je met mist en zonnestralen dit effect. Het bos krijgt een grillig maar magisch karakter en is te danken aan de jarenlange kap van rechte bomen voor de houtproductie. De minder mooie rechte exemplaren bleven staan. Je ziet gelijk maar weer dat de minder perfecte dingen die volgens bepaalde mensen zo zijn, juist de mooiste uitwerking hebben.
Olieverf op doek


Learning Track of Sight 2

De Ardèche blijft mij boeien. Wanneer ik foto’s terugkijk roepen die steevast weer herinneringen en gevoelens op. De sfeer die een omgeving als in het schilderij weergegeven is er één van licht en donker. De wisselende aanwezigheid van het licht tussen het donker en het (nog) niet duidelijk zichtbare doel van de weg, naar het licht of het donker maakt dat de kijker dit zelf kan invullen.
Sfeer is voor mij zeer belangrijk, zelfs in die mate dat ik alleen kan schilderen wat ik zelf gezien heb en waarvan ik bijvoorbeeld door foto’s de sfeer weer kan ‘voelen’. Wat het schilderij nog meer bijzonder maakt is dat onze dochter Maxime dezelfde locatie ook in olieverf heeft vastgelegd.

Motketel Blues

De Motketel is een prachtig gebied in het buurtschap Niersen bij Vaassen. Wanneer je het bruggetje overloopt en kijkt naar de enorme beukenbomen zie je dat de wortels van de beuk niet diep liggen, prachtig om te zien. De wortels eindigen in kraakhelder water en overal om je heen zie je de beekjes (sprengen). Het is hier stil, heel stil. Dit is ‘De Motketel’, de plek waar de ijsvogeltjes ook graag komen.
Wat is er zo bijzonder aan de Motketel?
In de Top-100 van de Historische Geografie Nederland staat dit prachtige gebied op nummer 9. Dat komt door de vele sprengen en beken.
Onder het bosgebied ten westen van de Cannenburgh ligt een grote, ondergrondse waterbel. Het water dat elders op het Veluwemassief als regen naar beneden is gevallen, borrelt bij De Motketel weer omhoog.
Eeuwenlang hebben mensen er diepe sloten gegraven om zoveel mogelijk water naar beken te laten stromen. Als je hier een gat graaft, komt het grondwater vanzelf omhoog, zo’n gat heet een ‘sprengkop’ (zie foto). In ‘De Motketel’ zitten meer dan twintig sprengkoppen.
Dat water werd vervolgens gebruikt voor de aandrijving van een groot aantal molens.
Met de aanleg van kleine dijken werd het water omhoog geleid, tot de gewenste hoogte was bereikt om met het water de raderen van molens aan te drijven. Op het hoogtepunt, in de 18e eeuw, werden in de Motketel op deze manier zeventien molens aangedreven. Dankzij de waterwerken en het kristalheldere water schoten papierfabrieken en wasserijen er als paddenstoelen uit de grond. De molen van de Cannenburch (zie foto) herinnert nog aan deze periode van industriële bedrijvigheid op de Veluwe. Na de uitvinding van de stoommachine zijn nagenoeg alle molens in het gebied weer verdwenen, maar de sprengen en beekjes zijn nog steeds intact. De heide van toen is veranderd in bos. Door het gebied, dat uniek is in Europa, zijn wandelroutes uitgezet. Er komen zeldzame planten- en diersoorten voor.
Motketel Oer

Beek vol roest.
Niet al het water in de beken en sprengen is even bruikbaar. De rode beek dankt zijn naam aan de rood-bruine roestkleur. Die kleur ontstaat door de aanwezigheid van ijzer in de grond. Dit water werd dan ook niet gebruikt bij de productie van papier of het wassen van kleding.
IJzeroer of rodolm zoals ze hier zeggen is een soort ijzererts dat bestaat uit grotere, verharde ijzeroxide-ijzerhydroxide-afzettingen die al vele eeuwen geleden in de Lage Landen van dicht onder het maaiveld werden gedolven als grondstof voor de ijzerproductie.
In de middeleeuwen werd er vaak ijzer gewonnen uit zogenaamde ‘klapperstenen’. Klapperstenen bestaan ook uit ijzeroer; maar hier is het ijzerhydroxide afgezet rondom kleibolletjes die zich her en der in het zand bevinden. Het ijzeroer is hier de omhulling van de klei. De klei verschrompelt door uitdroging, het ijzeroer wordt dan een ‘klappersteen’. Bij het schudden hoort men het kleibolletje in de klont ijzeroer rammelen, vandaar de naam.
Voor de winning werden sleuven gegraven door delvers, vaak families op zoek naar ‘klappersteen-aders’. Dergelijke sleuven zijn nog steeds zichtbaar op de Veluwe in Hoenderloo (Park Berg en Bos), bij Paleis Het Loo en bij Hoog Soeren op de Asselsche Heide. Er zijn in totaal 82 kilometer van deze handgegraven sleuven bekend. Tussen 700 en 1100 moeten hier tonnen ijzer zijn geproduceerd, waarvan het grootste deel voor de export bedoeld was. De afvalbergen (ijzerslakken) zijn her en der nog te vinden, maar de aftapovens, de ijzerfabriekjes, niet meer. Om een kilo bruikbaar ijzer te verkrijgen, was dertien kilo ijzererts en honderddertig kilo houtskool (gewonnen uit 760 kilo eikenhout) nodig. Het vuur in de ovens werd aangejaagd door met de voet aangedreven blaasbalgen. Door concurrentie uit het buitenland kwam rond 1100 een eind aan deze kwalitatief mindere ijzerproductie.






